woorden
boek
Start
›
D
›
dampigheid
dampigheid
vrouwelijk (de)
/'dɑmpəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het dampig zijn
Etymologie
* afgeleid van dampig
Verwante woorden
damp
dampaal
dampalen
dampartij
dampartijen
dampartijtje
dampartijtjes
dampbad
dampdicht
dampdichtheid
dampdruk
dampen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← dampige
dampkap →