deeltijdboeren
/ˈdeltɛidˌburə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) naast andere inkomstenbronnen ook een landbouwbedrijf hebbenZelfs deeltijdboeren lijkt weer in.
Etymologie
*: "deeltijdboer" met uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*: "deeltijdboer" met uitgang -en