den

mannelijk (de)/dɛn/

Wat is de betekenis van den?

den betekent: (coniferen) kegeldragende naaldboom van het geslacht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. coniferen (coniferen) kegeldragende naaldboom van het geslacht
  2. een kerstboom
zelfstandig naamwoord
  1. hol van roofdier
  2. de opstaande kant van het scheepsruim, vanaf het dek van een binnenschip
  3. bergzolder, bergvloer boven de dorsvloer
  4. (Limburg, Zuid-Brabant) dorsvloer
  5. (Zeeland, Vlaanderen) dorsplein, dorskleed
lidwoord
  1. (in vaste uitdrukkingen) accusatief en datief enkelvoud mannelijk en onzijdig (de, het) arch.
  2. (in Zuid-Nederlandse spreektaal) enkelvoudig mannelijk bepaald lidwoord wanneer eropvolgend woord met een klinker of b, d, h of t begint

Voorbeelden van "den" in een zin

  • O dennenboom! O dennenboom! wat zijn je takken wonderschoon.
  • Op den duur.
  • Den Haag.

Betekenis en uitleg van den

Het woord 'den' verwijst naar een soort naaldboom die bekendstaat om zijn rechte stam en groene naalden. Deze bomen zijn vaak te vinden in bossen en worden gewaardeerd om hun hout en als decoratieve elementen in parken.

Je gebruikt het woord 'den' vooral in de context van natuur en bosbouw. Het kan ook voorkomen in spreekwoorden of uitdrukkingen die verwijzen naar de kracht of duurzaamheid van de dennenboom. Het woord heeft een positieve connotatie en roept beelden op van rust en natuurlijke schoonheid.

Voorbeelden

  • In het bos stonden majestueuze dennen die de lucht vulden met hun frisse geur.
  • De timmerman gebruikte stevig dennenhout voor de constructie van de nieuwe schuur.
  • Tijdens een wandeling door het dennenbos voelde ik me onmiddellijk ontspannen door het gefluister van de bomen.

Woordoorsprong

Het woord 'den' is afgeleid van het Oudnederlands, waar het verwant was aan termen voor naaldbomen. Het komt ook voor in andere Germaanse talen met vergelijkbare betekenissen.

Veelgestelde vragen over den

Wat is de betekenis van den?

den betekent: (coniferen) kegeldragende naaldboom van het geslacht

Hoeveel betekenissen heeft den?

den heeft 9 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft den?

den is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van den?

Synoniemen van den zijn: pijnboom, dennenboom, kerstboom, deel, dorsvloer.

Hoe gebruik je den in een zin?

Voorbeeld: “O dennenboom! O dennenboom! wat zijn je takken wonderschoon.

Etymologie

* B: (erfwoord): Middelnederlands denne ‘scheepsdek, -ruim; bergplaats; dorsvloer’, ontwikkeld uit Oergermaans *danjō; bij Indo-Europees *dʰen- ‘handpalm; vlakke bodem; platte plank’, waartoe Sanskrit dhánuḥ ‘zandbank, eiland’, dhanū́ḥ ‘hoge oever’, dhánvan- ‘droog land, woestijn’, Avestisch ϑanvan-, ϑanvar- ‘boog’, Latijn femur ‘dijbeen’ en Oudgrieks thénar ‘handpalm, voetzool’ behoren. Evenals Middelnederduits denne ‘bosdal, leger van dieren, laagte’ en Duits Tenne ‘dorsvloer; vloerdeel’.

Vertalingen

Engelspine
DuitsKiefer, Föhre
Spaanspino
Russischсосна
Poolssosna
Zweedstall