deugdzaamheid
vrouwelijk (de)/'døxtsamhɛɪt/
Wat is de betekenis van deugdzaamheid?
deugdzaamheid betekent: het vol met moreel goede eigenschappen zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vol met moreel goede eigenschappen zijn
Voorbeelden van "deugdzaamheid" in een zin
- De deugdzaamheid van de brave boer was een zegen voor zijn vrouw en huisgezin.
Veelgestelde vragen over deugdzaamheid
Wat is de betekenis van deugdzaamheid?
deugdzaamheid betekent: het vol met moreel goede eigenschappen zijn
Welk woordgeslacht heeft deugdzaamheid?
deugdzaamheid is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je deugdzaamheid in een zin?
Voorbeeld: “De deugdzaamheid van de brave boer was een zegen voor zijn vrouw en huisgezin.”
Etymologie
* afgeleid van deugdzaam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek