dictee

onzijdig (het)/dɪk'te/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tekst die wordt gedicteerd en door andere personen wordt opgeschreven als toets in het correct spellen
    Ieder jaar is er een groot dictee op de televisie.
    A.F.Th. van der Heijden, winnaar van de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooftprijs, is dit jaar de auteur van het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Hij treedt daarmee in de voetsporen van onder anderen Lieve Joris (2015), Bart Chabot (2014) en Kees van Kooten (2013). NRC 5 juli 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘speloefening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929

Vertalingen

Engelsdictation
Fransdictée
DuitsDiktat
Spaansdictado
Italiaansdettato
Zweedsdiktamen