dienaar
mannelijk (de)/ˈdinar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die in persoonlijke dienst van een meester isHij werd door zijn eigen dienaren vermoord.
Etymologie
* van dienen
Vertalingen
Engelsboy, servant
Spaanscriado, sirviente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek