dienblad

onzijdig (het)/'dinblɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) plateau om te gebruiken voor het opdienen van spullen
    Hij liet het dienblad uit zijn handen vallen.
    De ober balanceerde een zilveren dienblad op de vingertoppen van zijn gehandschoende hand.
    Het café zag er in al zijn exotische alledaagsheid uit als een filmcoulisse, vlak boven zijn hoofd hing een opgezet hert, schilderijen met dieren in een bergomgeving aan de gelambriseerde muren, het publiek zag eruit als figuranten in een film, sterke vrouwenarmen die overvolle dienbladen droegen met halveliterglazen bier alsof ze alleen maar melk voor de koffie rondbrachten, het geroezemoes van de vreemde taal, iemand aan een naburig tafeltje vertelde heel luid een verhaal waar hij natuurlijk geen woord van begreep maar toch om lachte toen de toehoorders in lachen uitbarstten, zich op de knie sloegen en hun schuimende bierglazen ophieven.

Vertalingen

Engelstray
Fransplateau
Spaansazafate, bandeja