dienstwoning

vrouwelijk (de)/ˈdinstwonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huis of ander verblijf waar iemand moet wonen om zijn werk te kunnen doen
    Hoe gaat het trouwens met Gottfrids timmermanswerk aan de dienstwoningen? 'Ze gaapte terwijl ze het vroeg, discreet en verontschuldigend, maar toch.