ding

onzijdig (het)/dɪŋ/

Wat is de betekenis van ding?

ding betekent: voorwerp dat geen dier of mens is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorwerp dat geen dier of mens is
  2. informeel (informeel) persoon, slechts gezien als iemand die lichamelijk aantrekkelijk is
  3. informeel (informeel) mannelijk geslachtsdeel
  4. geschiedenis (geschiedenis) driedaagse volksvergadering die recht kon spreken en dus als rechtszitting fungeerde in de Oudgermaanse tijd
  5. gebeurtenis

Voorbeelden van "ding" in een zin

  • Hij behandelde zijn vrouw altijd als een ding, het verbaasde dan ook niemand toen zij van hem wegliep.
  • Ik voelde me wel een beetje bekeken met die dingen in mijn handen, ook al was er niemand om het te zien.
  • De oude rijke man trouwde voor de zoveelste keer een nieuw jong ding.
  • Ik vind jouw broer een lekker ding.
  • De oude vrouw dacht vaak aan dingen van vroeger.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands dinc ‘rechtszitting, -bank; zaak, voorwerp’, ontwikkeld uit Oergermaans *þingaz ‘volksvergadering van alle vrijen’, bij Indo-Europees *tenk- ‘trekken, spannen’, uitbreiding met -k van *ten- ‘uitspreiden, trekken, strekken’, waartoe ook Gotisch þeihs ‘tijd’ en Latijn tempus behoren. Evenals Nederduits/Duits Ding, Engels thing en Zweeds ting.

Uitdrukkingen

  • al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding

Vertalingen

Engelsthing
Franschose
DuitsDing
Spaanscosa
Italiaanscosa
Poolsrzecz
Zweedssak