discomuziek

vrouwelijk (de)/'dɪskomyzik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dansmuziekgenre dat zijn oorsprong vindt in de discotheken
    Op de boulevard klinkt het vroege gestamp van discomuziek.
    Terwijl aan de ene kant van het bad ouderen onder begeleiding van discomuziek rustig hun baantjes trekken, vliegen aan de andere kant de salto's en schroeven je om de oren. Aan de zijkant van het bad staat Jongejans naast een groot televisiescherm, waarop de sprongen worden herhaald en geanalyseerd.