dokken

/xxxx/

Wat is de betekenis van dokken?

dokken betekent: (inerg) met tegenzin betalen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met tegenzin betalen
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) een schip voor inspectie, onderhoud of reparatie in dok brengen

Voorbeelden van "dokken" in een zin

  • Voor de schade zullen we moeten dokken.
  • De maatschappij laat het schip in Rotterdam dokken voor inspectie van de schroef.

Betekenis en uitleg van dokken

Dokken betekent eigenlijk 'betalen', vaak in de context van het voldoen aan een schuld of kosten. Het wordt vaak gebruikt wanneer iemand zijn verplichtingen moet nakomen, bijvoorbeeld voor een rekening of boete.

Je gebruikt het woord 'dokken' meestal in informele situaties, zoals wanneer vrienden het hebben over het betalen van een gezamenlijke rekening of als iemand zijn straf moet ondergaan. Het kan ook een negatieve connotatie hebben, vooral als het gaat om onverwachte of ongewenste kosten. Het woord straalt een gevoel van verplichting of noodzaak uit.

Voorbeelden

  • Na een lange avond uit, moest ik uiteindelijk dokken voor de rekening van het diner.
  • Hij had vergeten zijn abonnement op tijd op te zeggen, dus moest hij dokken voor de extra maand.
  • Als je deze boete niet betaalt, moet je straks nog meer dokken.

Woordoorsprong

Het woord 'dokken' is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse woord 'docken', wat 'betalen' betekent. Het heeft zich ontwikkeld in de omgangstaal en is nu een gangbare term in het Nederlands.

Veelgestelde vragen over dokken

Wat is de betekenis van dokken?

dokken betekent: (inerg) met tegenzin betalen

Hoeveel betekenissen heeft dokken?

dokken heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van dokken?

Synoniemen van dokken zijn: opdokken, opdraaien, boeten.

Hoe gebruik je dokken in een zin?

Voorbeeld: “Voor de schade zullen we moeten dokken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schepen in het dok brengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1671

Vertalingen

Engelscough up, dock
Franscracher, mettre au dock
Duitsblechen, docken