dommekracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔməkrɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- middel om zonder veel moeite of overleg kracht uit te oefenen
- (gereedschap) werktuig dat dient om zeer zware voorwerpen op te lichten
- dom, log persoon die geen andere waarde heeft dan zijn lichaamskracht
Etymologie
* In de betekenis van ‘werktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1660
Vertalingen
Spaanscric, gato
Russischдомкрат
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek