doofheid
vrouwelijk (de)/ˈdofhɛit/
Wat is de betekenis van doofheid?
doofheid betekent: het onvermogen geluid waar te nemen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onvermogen geluid waar te nemen
Voorbeelden van "doofheid" in een zin
- Na de ontploffing had hij enige tijd last van doofheid.
Etymologie
*Afgeleid van doof .
Vertalingen
Engelsdeafness
Franssurdité
DuitsGehörlosigkeit
Spaanssordera, ensordecimiento
Italiaanssordità
Russischглухота
Chinees聾
Japansろう者
Arabischصم
Poolsgłuchota
Zweedsdövhet
Deensdøvhed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek