doofheid
Wat is de betekenis van doofheid?
doofheid betekent: het onvermogen geluid waar te nemen
Betekenis
- het onvermogen geluid waar te nemen
Voorbeelden van "doofheid" in een zin
- Na de ontploffing had hij enige tijd last van doofheid.
Betekenis en uitleg van doofheid
Doofheid is een aandoening waarbij iemand moeite heeft met het horen of helemaal niet in staat is om geluiden waar te nemen. Dit kan variëren van een gedeeltelijk gehoorverlies tot volledige doofheid, en het kan aangeboren zijn of later in het leven ontstaan.
Het woord 'doofheid' wordt vaak gebruikt in medische en sociale contexten, bijvoorbeeld wanneer men spreekt over gehoorproblemen of de impact daarvan op communicatie. In gesprekken over toegankelijkheid of inclusiviteit kan het ook belangrijk zijn om te verwijzen naar doofheid, vooral in relatie tot gebarentaal en ondersteunende technologieën. De nuance kan liggen in het begrijpen dat doofheid niet alleen een beperking is, maar ook deel uitmaakt van de identiteit van veel mensen.
Voorbeelden
- Na een ongeluk raakte hij zijn gehoor kwijt en moest hij leren omgaan met zijn nieuwe doofheid.
- In haar werk als lerares voor dove kinderen merkte ze dat doofheid ook mooie, unieke culturen met zich meebrengt.
- De technologie rondom hoortoestellen heeft de levenskwaliteit van mensen met doofheid enorm verbeterd.
Woordoorsprong
Het woord 'doof' komt van het Oudnederlands 'dof', wat 'slecht hoorbaar' betekent. Het heeft verwante termen in andere Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over doofheid
Wat is de betekenis van doofheid?
doofheid betekent: het onvermogen geluid waar te nemen
Welk woordgeslacht heeft doofheid?
doofheid is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je doofheid in een zin?
Voorbeeld: “Na de ontploffing had hij enige tijd last van doofheid.”
Etymologie
*Afgeleid van doof .