doorleven
/dorˈlevə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) beleven, ervarenBeeldjager Nina Mathijsen sloeg het sportkatern in de krant altijd blind over. Totdat ze ontdekte dat sommigen in hun duel met de zwaartekracht alle emoties des levens doorleven. Van ontreddering tot euforie. 'De vrije val brengt het diepste in de mens naar boven.'Volkskrant Nina Mathijsen
werkwoord
- (intr) doorgaan met leven, niet stervenAls u prinses Irene bij de groenteboer tegen een stengel prei ziet praten, moet u niet meewarig kijken. Amerikaanse biologen hebben ontdekt dat groenten ook in de schappen nog een tijdje doorleven. Net als de mens hebben ze zelfs een dag-en-nachtritme, waardoor ze van slag raken als de groenteboer 's nachts het licht aan laat. Deze ontdekking zet de hele vleesdiscussie op haar kop: misschien is het eten van groenten wel wreder dan het consumeren van vlees. Uiteindelijk zijn biefstukjes en kalfskoteletjes als ze bij de slager liggen al dood, terwijl we de andijvie levend uit de supermarkt meenemen en vervolgens in kokend water doodmartelen. OVolkskrant BERT LANTING 22 juni 2013
Etymologie
*[onovergankelijk]
Vertalingen
Engelsexperience, survive
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek