dorpel
mannelijk (de)/'dɔrpəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) het horizontale gedeelte van een kozijn tussen de verticale stijlenDe houten dorpel was helemaal verrot als gevolg van slecht onderhoud.
- (Limburg) verkeersdrempelHij vloog met zijn wagen hard over de dorpel heen.
Etymologie
* van Middelnederlands "dorpel" en Oudnederlands durpello; in de betekenis van ‘drempel’ voor het eerst aangetroffen in 701
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek