dorpelinge
mannelijk (de)/ˈdɔrpəˌlɪŋə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijke inwoner van een kleine plaats op het plattelandZo denkt ook dorpelinge Alie Kingma erover. “Den Haag is een doelwit. Als daar wat gebeurt, heeft dat een veel grotere impact dan hier.” Ze woont dertig jaar in het dorp, even lang als de schotelantennes er staan.
Etymologie
*afgeleid van "dorpeling"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek