draad
mannelijk (de)/draːt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie) in elkaar gesponnen vezelsDe draad van de ophanging was gebroken en daardoor lag het schilderij op de grond.'Isaac is mijn broer,' zei ze in het Engels. Ze zag dat Olive bloosde, terwijl ze een losse wollen draad van haar trui trok. 'O,' zei Olive. 'Ik dacht ' 'Nee. We hebben - hadden - verschillende moeders.
- (taalkunde) de vanzelfsprekende opeenvolging van tekstonderdelen die voor de begrijpelijkheid van een tekst noodzakelijk isDe draad van het verhaal wordt hier en daar lelijk onderbroken door onbenullige uitweidingen.
- (natuurkunde), (elektronica) de meestal geïsoleerd uitgevoerde, betrekkelijk dunne elektrische geleider in verbindingsmateriaal zoals snoeren en kabeltjesDe verbindingen per draad worden in rap tempo vervangen door draadloze verbindingen: Wi-Fi en bluetooth, dat is pas handig.
- (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafistDe draad heeft zijn bijnaam te danken aan de oude benaming voor radio: "draadloze verbinding". De telegraaf- en telefoonverbindingen via kabels bestonden al langer.
- (techniek), (afkorting) een verkorte uitdrukking voor "schroefdraad"Er zit geen draad meer op deze moer, hij is dolgedraaid.
- vezel van vlees, hout en andere materialen
- lang, dun en buigbaar stuk metaal
Etymologie
* In de betekenis van ‘garen, vezel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Uitdrukkingen
- de draad kwijt zijn — niet meer weten hoe het verder moet
- de draad oppakken — verder gaan met iets
- tot op de draad versleten — door gebruik helemaal kapot
- Ergens mee voor de draad komen — zeggen wat de precieze bedoeling is
- Tegen de draad ingaan — het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan
- Van de naald tot de draad — Stoett-1593 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Voor de draad ermee!
- Voor de draad komen — Stoett-479 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsthread, wire, thread
Fransfil, fil, fil
DuitsFaden, Faden, Draht
Spaanshilo, rosca de tornillo, filete de tornillo
Portugeesfilo
Japans糸
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek