draad
Wat is de betekenis van draad?
draad betekent: (textielindustrie) in elkaar gesponnen vezels
Betekenis
- (textielindustrie) in elkaar gesponnen vezels
- (taalkunde) de vanzelfsprekende opeenvolging van tekstonderdelen die voor de begrijpelijkheid van een tekst noodzakelijk is
- (natuurkunde), (elektronica) de meestal geïsoleerd uitgevoerde, betrekkelijk dunne elektrische geleider in verbindingsmateriaal zoals snoeren en kabeltjes
- (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafist
- (techniek), (afkorting) een verkorte uitdrukking voor "schroefdraad"
- vezel van vlees, hout en andere materialen
- lang, dun en buigbaar stuk metaal
Voorbeelden van "draad" in een zin
- De draad van de ophanging was gebroken en daardoor lag het schilderij op de grond.
- 'Isaac is mijn broer,' zei ze in het Engels. Ze zag dat Olive bloosde, terwijl ze een losse wollen draad van haar trui trok. 'O,' zei Olive. 'Ik dacht ' 'Nee. We hebben - hadden - verschillende moeders.
- De draad van het verhaal wordt hier en daar lelijk onderbroken door onbenullige uitweidingen.
- De verbindingen per draad worden in rap tempo vervangen door draadloze verbindingen: Wi-Fi en bluetooth, dat is pas handig.
- De draad heeft zijn bijnaam te danken aan de oude benaming voor radio: "draadloze verbinding". De telegraaf- en telefoonverbindingen via kabels bestonden al langer.
Betekenis en uitleg van draad
Een draad is een dunne, vaak flexibele streng van materiaal, zoals metaal of textiel. Je kunt het zien als de verbinding tussen verschillende dingen, of het nu gaat om het samenvoegen van stoffen of het geleiden van elektriciteit.
Het woord 'draad' wordt vaak gebruikt in technische en ambachtelijke contexten, zoals bij het maken van kleding of het bouwen van elektrische apparaten. De nuance van het woord kan variëren afhankelijk van het materiaal waaruit de draad is gemaakt, zoals ijzerdraad, garen of kunststof. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld in de uitdrukking 'de draad weer oppakken' als iemand iets wil hervatten na een onderbreking.
Voorbeelden
- Ze gebruikte een sterke draad om de twee stukken hout aan elkaar te bevestigen.
- Tijdens de les over elektrische circuits leerde hij hoe hij draden correct moest aansluiten.
- Toen ze de draadjes in haar breiwerk kwijt was, kon ze niet verder met haar project.
Woordoorsprong
Het woord 'draad' komt van het Oudgermaanse 'thraida', wat 'dunnen' of 'rekken' betekent, en is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die hetzelfde idee van een fijne streng delen.
Veelgestelde vragen over draad
Wat is de betekenis van draad?
draad betekent: (textielindustrie) in elkaar gesponnen vezels
Hoeveel betekenissen heeft draad?
draad heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft draad?
draad is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van draad?
Synoniemen van draad zijn: lijn, verhaallijn, snoer, vonk, vonkenboer.
Hoe gebruik je draad in een zin?
Voorbeeld: “De draad van de ophanging was gebroken en daardoor lag het schilderij op de grond.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘garen, vezel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Uitdrukkingen
- de draad kwijt zijn — niet meer weten hoe het verder moet
- de draad oppakken — verder gaan met iets
- tot op de draad versleten — door gebruik helemaal kapot
- Ergens mee voor de draad komen — zeggen wat de precieze bedoeling is
- Tegen de draad ingaan — het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan
- Van de naald tot de draad — Stoett-1593 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Voor de draad ermee!
- Voor de draad komen — Stoett-479 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]