snoer
onzijdig (het)/snur/
Wat is de betekenis van snoer?
snoer betekent: (elektrotechniek) soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt
- ketting van een aantal aan een draad geregen voorwerpen
- buigzaam materiaal in een zeer langgerekte vorm waarmee je dingen kunt vastbinden of tussen dingen een verbinding kan maken
- dunne draad waaraan een of meer vishaakjes zijn bevestigd
- (verouderd) vrouw die tegen vergoeding seks heeft met mannen
Voorbeelden van "snoer" in een zin
- Zit er aan dat snoer al een stekker?
- Ick sou leuen na dat hij mij betrout. Tes verdrietelijck dus mijnen tijt verslijten. Hoeren en snoeren wonder verwijten. Daer hi toe reden en heeft noch ick scout
Etymologie
: : νυός 'schoondochter'
Vertalingen
Engelsflex
DuitsAnschlusskabel
Zweedssladd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek