snoer

onzijdig (het)/snur/

Wat is de betekenis van snoer?

snoer betekent: (elektrotechniek) soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt
  2. ketting van een aantal aan een draad geregen voorwerpen
  3. buigzaam materiaal in een zeer langgerekte vorm waarmee je dingen kunt vastbinden of tussen dingen een verbinding kan maken
  4. dunne draad waaraan een of meer vishaakjes zijn bevestigd
  5. verouderd (verouderd) vrouw die tegen vergoeding seks heeft met mannen

Voorbeelden van "snoer" in een zin

  • Zit er aan dat snoer al een stekker?
  • Ick sou leuen na dat hij mij betrout. Tes verdrietelijck dus mijnen tijt verslijten. Hoeren en snoeren wonder verwijten. Daer hi toe reden en heeft noch ick scout

Etymologie

: : νυός 'schoondochter'

Vertalingen

Engelsflex
DuitsAnschlusskabel
Zweedssladd