draaiden
mannelijk (de)/ˈdrajdə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (coniferen) bepaald soort groenblijvende conifeer, uit de dennenfamilie (), een veel voorkomende boom in het en Canada met vier geografisch afgebakende ondersoorten
Etymologie
*[A]: "draaide" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelslodgepole pine, shore pine, twisted pine
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek