draaideur

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdrajdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. constructie van drie of vier deurbladen die rondom een gezamenlijke verticale as kunnen draaien, ter vervanging van een gewone deur m.n. gebruikt in winkels, ziekenhuizen enz
    De draaideur is zowel links- als rechtdraaiend te plaatsen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) ergens meermaals in- en uitgaan.

Vertalingen

Engelsrevolving door
Fransporte à tambour, tourniquet
DuitsDrehtür
Spaanspuerta giratoria
Poolsdrzwi obrotowe
Zweedssvängdörr