drieklank
mannelijk (de)/ˈdriklɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaanIn het Nederlands komen geen drieklanken voor.
- (muziek) de samenklank van drie unieke tonen (gelijke tonen in andere octaven tellen niet mee), die zodanig samenklinken dat zij voor het muzikale oor samensmelten tot een gestalteDe drieklank “ c1 - e1 - g1 - c2 “ is een majeurakkoord.
Uitdrukkingen
- een grote drieklank — een akkoord met reine prime, grote terts en reine kwint
- een kleine drieklank — een akkoord met reine prime, kleine terts en reine kwint
- een overmatige drieklank — een akkoord met reine prime, grote terts en overmatige kwint
- een verminderde drieklank — een akkoord met reine prime, kleine terts en verminderde kwint
- een dubbel verminderde drieklank — een akkoord met reine prime, verminderde terts en verminderde kwint
- een hard verminderde drieklank — een akkoord met reine prime, grote terts en verminderde kwint
Vertalingen
Engelstriphthong, triad
Franstriade
DuitsTriphthong, Dreiklang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek