akkoord
onzijdig (het)/ɑˈkort/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overeenkomstNa lang onderhandelen was er eindelijk een akkoord bereikt.Volgens de gezaghebbende Britse militaire analist professor Michael Clarke heeft Poetin – nu ruim 25 jaar aan de macht – 190 akkoorden waar de Russen voor tekenden geschonden.[https://www.parool.nl/columns-opinie/het-westen-blijft-geloven-dat-het-met-rusland-kan-onderhandelen-maar-daar-doen-russen-niet-aan~bb8ecbf7/ www.parool.nl (28 mrt 2025)]
- (muziek) samenklank van minimaal 3 verschillende tonenDe muzikant sloeg een akkoord aan op de piano.
tussenwerpsel
- daar ben ik het mee eens
Etymologie
**: van "d'accord"
Uitdrukkingen
- een gebroken akkoord
Vertalingen
Engelsagreement, chord
Fransaccord
DuitsAbkommen, Akkord
Spaansacuerdo
Poolszgoda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek