driemastschoener
mannelijk (de)/ˈdrimɑ(st)ˌsxunər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) type langsgetuigd zeilschip met drie masten, meestal gebruikt voor de zeevaartEr gebeurt eigenlijk niets bijzonders in het stadje: zeemeeuwen vliegen rond de stadsklok of de vuurtoren, er liggen wat netten te drogen, een leidekker zet waarschuwingsborden bij de kerk waar hij de spits van aan het vergulden is; er is een school, een postkantoor in een winkel, visloodsen, kippenrennen en een driemastschoener in het dok.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek