drink
mannelijk (de)/drɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) gebruik van alcoholische drank
- gelegenheid waarbij genodigden elkaar informeel ontmoeten en een of meer glazen met onverwarmde dranken krijgen aangeboden; oorspronkelijk ging het hierbij om alcoholische drankenNa de viering, die ruim twee uur duurde, werd iedereen uitgenodigd om te voet mee te gaan naar het kerkhof van Rijkhoven, waar Erika Thijs na een korte ceremonie werd begraven. Nadien volgde nog een drink voor alle aanwezigen in kasteel Alden Biesen, een expliciete wens van Erika Thijs zelf, die wou herdacht worden zoals ze heeft geleefd: iemand die ondanks de tegenslagen en het harde werk ook midden de mensen de geneugten van het leven erg wist te appreciëren.
- (drinken) vloeistof die mensen voor hun genoegen, los van een maaltijd onverwarmd tot zich nemen; oorspronkelijk ging het hierbij om alcoholische drankenDe drink zelf was zo overheerlijk, ik kan me goed voorstellen dat het overal geconsumeerd gaat worden; het is een drink voor zowel overdag als in de avond, het is zo mooi in balans en goed van smaak.
- (drinken) glas met vloeistof die mensen voor hun genoegen, los van een maaltijd onverwarmd tot zich nemenMen bracht een drink, en haar glas tegen het zijne aanstotend, zei ze: Op de tijd toen wij nog kinderen maakten!
Etymologie
* [3], [4]: van "drink"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek