drinkbeker

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdrɪŋgbekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, drinken (huishouden), (drinken) een beker waaruit gedronken kan worden
    Hij wint hooguit een drinkbeker, de wereldbeker kan hij wel vergeten.

Vertalingen

Engelsdrinking cup
Fransgobelet
DuitsTrinkbecher