drom

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote groep dringende mensen
    Direct na de opening plaatste marketingdirecteur Bohemen foto’s op zijn Twitter-account waarop drommen klanten over een oranje loper de winkel binnengaan, door een haag van oranje confetti. Maar enkele uren later is er in de „eerste Nieuwste Blokker” – de eerste Blokker volgens het vernieuwde concept – geen reuring meer te bekennen.Barbara Rijlaarsdam 28 september 2016

Etymologie

* In de betekenis van ‘menigte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637