dromen
/ˈdromə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ervaren van een reeks van gebeurtenissen of beelden, terwijl je slaaptHij droomde dat hij de motor nu al had, maar toe hij wakker werd bleek dat het alleen maar een droom was.
- (inerg) met je gedachten ergens anders zijnHij droomde tijdens zijn werk over zijn nieuwe motor.
Etymologie
*van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van "droom" , in de betekenis van ‘een droom hebben’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelsdream, dream
Fransrêver
Duitsträumen
Spaanssoñar
Portugeessonhar
Russischмечтать, помечтать
Poolsśnić, marzyć, śnić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek