Drommel
mannelijk (de)/'drɔməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) duivel
- beklagenswaardig persoon
tussenwerpsel
- (krachtterm) uitroep van boze verontwaardigingWat drommel!
Etymologie
* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘beklagenswaardig persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1782
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek