sukkelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die veel tegenspoed te verduren heeft gehadEr is al volop kritiek op de pyjamadagen. Onze rusthuisbewoners vragen hier niet om, aldus de plaatselijke welzijnsorganisatie. 'Zorgpersoneel moet opkomen voor zijn patiënten. Het zijn juist sukkelaars die in zulke rusthuizen belanden. Je moet hen er niet bij laten zitten als schooiers', stelt een geriater.Het Parool 5 FEBRUARI 2014 [https://www.parool.nl/buitenland/verzorgers-laten-bejaarden-in-pyjama-zitten~a3590843/ Verzorgers laten bejaarden in pyjama zitten ]
- iemand die veel domme fouten heeft gemaaktIn Amsterdam is 55 miljoen zoek. Bij de gemeente. Niemand begrijpt het. Ook niet de D66-wethouder, die juist orde op zaken zou stellen. Hij is een professional, beweerde men bij zijn aantreden. Het blijkt net zo'n sukkelaar als een lange lijst voorgangers.Het Parool R. ZWETSLOOT PETER GOEDKOOP EN LAURENS HOITSEMA 29 NOVEMBER 2015 [https://www.parool.nl/opinie/-wanneer-gaan-wij-politici-aansprakelijk-stellen-voor-deze-praktijken~a4197930/ 'Wanneer gaan wij politici aansprakelijk stellen voor deze praktijken?']Ik heb die persoon en alle andere “hoogdravers” teruggeschreven dat ze hun opgefokte praat hier bij mij thuis eens in mijn gezicht mogen komen aframmelen. Ik zal hen dan gepast van antwoord dienen, op mijn manier. Niemand van al die “sukkelaars” heeft na mijn wederwoord nog gepiept.’de Standaard 11/02/2018 om 12:50 door hrt [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180211_03350369 ‘Minister herinneren aan scheiding der machten’ ]
Etymologie
* van sukkelen
Vertalingen
Engelspauper, poor wretch, poor fellow
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek