stakker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die veel pech heeft, veel tegenslagen meemaakt
    Die arme stakker heeft het niet gehaald.

Etymologie

*Ontleend aan het IJslands staf karl ("stok-man"), een landloper, een zwerver.

Vertalingen

Engelspoor devil, poor thing, wretch
Duitsarmer Teufel
Russischбедняга, бедолага, горемыка
Deensstakkel