duchten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- vrezen, bang zijn voorHij duchtte de komende wedstrijd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vrezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘vrezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265