duchtig
'dʏxtəx
Wat is de betekenis van duchtig?
duchtig betekent: grondig, met kracht, met volle inzet, niet te onderschatten
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- grondig, met kracht, met volle inzet, niet te onderschatten
Voorbeelden van "duchtig" in een zin
- Zij stootten op duchtige tegenstand.
Etymologie
Afkomstig van het Middelnederduitse bijvoeglijke naamwoord "duhtig", dat van het Middelnederduitse werkwoord "dogen" (= deugen) komt met het achtervoegsel -ig
Vertalingen
Deensdygtig
Duitstüchtig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek