echtpaar
onzijdig (het)/ˈɛx(t)par/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- twee mensen die met elkaar getrouwd zijnHet echtpaar doet vrijwel alles samen.Ik ken geen echtpaar dat geen problemen heeft gehad.Het echtpaar loopt weg langs de mahoniehouten lambrisering, de met rode vlekken besmeurde tafelkleden, de omgegooide zilveren kannen en de voedselresten.
Vertalingen
DuitsEhepaar
Spaansmatrimonio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek