eed
mannelijk (de)/et/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomenHij legde een eed af.Volgens Harris tonen de opmerkingen van John Kelly aan dat Trump "geen leger wil dat loyaal is aan de grondwet van de VS. Hij wil een leger dat hem persoonlijk trouw zal zijn, iemand die zijn bevelen zal gehoorzamen, zelfs als hij hen zegt de wet te overtreden of hun eed aan de grondwet te negeren".[https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/10/24/democratische-presidentskandidate-kamala-harris-vindt-dat-donald/ www.vrt.be (24 okt 2024)]
- getuige
Etymologie
* [2] van heb עֵד (ēd) "getuige"
Vertalingen
Engelsoath
Fransserment
DuitsEid, Schwur
Spaansjuramento
Italiaansgiuramento
Portugeesjuramento, promessa
Russischприсяга
Poolsprzysięga
Zweedsed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek