eend

mannelijk/vrouwelijk (de)/ent/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eendvogels (m) (eendvogels) benaming voor veel watervogels uit de familie
  2. dierkunde (f) (dierkunde) vrouwtje van een eendensoort
    De woerd van de Amerikaanse en Eurazische smient zijn goed in het veld te onderscheiden maar de eend niet.
  3. scheldwoord (scheldwoord) dom iemand
    Welke eend doet nou zoiets?

Etymologie

* van Middelnederlands "aent", "eent"

Uitdrukkingen

  • Een vreemde eend in de [[bijtZelfstandig naamwoordbijt]]|Iemand die niet past in de groep

Vertalingen

Engelsduck
Franscanard, cane, cane
DuitsEnte
Spaanspato, pata, ánade
Italiaansanatra
Portugeespato, pata
Russischутка
Chinees
Japansアヒル, 鴨, オシドリ
Koreaans오리
Turksördek
Poolskaczka
Zweedsand, anka
Deensand