woord

mannelijk (de)/wort/

Wat is de betekenis van woord?

woord betekent: (biologie) mannetjeseend

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) mannetjeseend
zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
  2. belofte
  3. religie (religie) (in het christendom:) het woord van God, Jezus Christus, of de inhoud van de bijbel
  4. informatica (informatica) de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur
  5. (dictie) de manier om iets uit te spreken
  6. taalkunde (taalkunde) in de orthografie een rij schrifttekens die door spaties of leestekens worden afgegrensd
  7. taalkunde, metonymisch (taalkunde), (metonymisch) taaluiting in het algemeen
  8. het geschreven woord: een geschreven of gedrukte tekst

Voorbeelden van "woord" in een zin

  • De mannelijke wilde eend, de woord, kenmerkt zich door de glanzende groene kop en het grijze en bruine lijf.
  • In het woordenboek vindt men de betekenis van een woord.
  • Net als zij zei hij geen woord.
  • 'Is dit echt?' vroeg Olive fluisterend, maar toen kon ze geen woord meer uitbrengen.
  • De koning kwam zijn belofte na en hield woord.

Etymologie

:Oost: : waurd

Uitdrukkingen

  • Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
  • Een goed woord vindt altijd een goede plaats.
  • Een man een man, een woord een woord.
  • Geen woorden, maar daden.
  • Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
  • Altijd het laatste woord willen hebben
  • Daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees/Spaans bij.Dat is heel erg duidelijk, iedereen (zelfs iemand die minder slim is) kan dat begrijpen
  • De daad bij het woord voegen

Vertalingen

Engelsdrake, word, word
Franscanard, mot, parole
DuitsErpel, Wort, Ehrenwort
Spaanspalabra
Italiaansmaschio, anatra, parola
Portugeespalavra, vocábulo, palavra
Russischселезень, слово, слово
Chinees词, 單詞, 单词
Japans言葉, ことば, 単語
Koreaans낱말
Arabischكلمة
Turkssözcük, kelime
Poolskaczor, słowo, słowo
Zweedsord, ord, ord
Deensandrik, ord, æresord