eendvogel
mannelijk (de)/ˈentfoɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor watervogels uit de orde , met zwemvliezen tussen de drie voorste tenen
Uitdrukkingen
- Elk schot is geen eendvogel — niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek