eendvogel

mannelijk (de)/ˈentfoɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor watervogels uit de orde , met zwemvliezen tussen de drie voorste tenen

Uitdrukkingen

  • Elk schot is geen eendvogelniet iedere poging of alles wat je doet is succesvol