woorden
boek
Start
›
E
›
eentaligheid
eentaligheid
vrouwelijk (de)
/en'taləxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het eentalig zijn
Etymologie
*afgeleid van eentalig
Vertalingen
Engels
monolingualism
Frans
monolinguisme
Verwante woorden
eentalig
eentalige
eenterm
eentermen
eentje
eentjes
eentonig
eentonige
eentoniger
eentonigere
eentonigheid
eentonigst
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← eentalige
eenterm →