eentje
/ˈeɲcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in je eentje: alleen zonder dat er andere mensen bij zijnDe eigenwijze man deed alles in zijn eentje.Als je op reis veel contact wil maken met de locals kun je beter in je eentje op vakantie gaan.Die nacht was het volle maan, zó fel dat ik bijna een krant zou kunnen lezen. Hier ging ik vanavond slapen, helemaal in mijn eentje.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek