effening
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gelijkmakingVaak kregen de al met een nummer benoemde data achteraf, als ze zich op een of andere manier onderscheiden hadden, een bijnaam. (De Breuk. De Effening. De Vuile Witregel.) {{Aut|Heijden, A.F.TH. van der
- genoegdoeningHet kon niet anders dan levenslang zijn, stelt het gerechtshof. Alleen die straf is de juiste vergelding en leidt tot effening van de schade die De B. de nabestaanden van de slachtoffers heeft toegebracht. {{sic!|later bleek dat er geeneens een misdaad was gepleegd!!
Etymologie
* van effenen
Vertalingen
Engelsplanishing, smoothing, acquittal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek