ego

onzijdig (het)/ˈeɣo/

Wat is de betekenis van ego?

ego betekent: (psychologie) gevoel van eigenwaarde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) gevoel van eigenwaarde
  2. psychologie (psychologie) In de jungiaanse psychologie de organisatie van het bewustzijn waardoor de persoonlijkheid haar identiteit verkrijgt

Voorbeelden van "ego" in een zin

  • De grote salarisverhoging was heel goed voor haar ego.
  • De jonge honkballer had een veel te groot ego.
  • Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst. Zo alleen was ik dus eigenlijk niet.

Etymologie

*[2] uit het werk van de Zwitserse 20e eeuwse psycholoog

Vertalingen

Spaansego, yo