ego

onzijdig (het)/ˈeɣo/

Wat is de betekenis van ego?

ego betekent: (psychologie) gevoel van eigenwaarde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) gevoel van eigenwaarde
  2. psychologie (psychologie) In de jungiaanse psychologie de organisatie van het bewustzijn waardoor de persoonlijkheid haar identiteit verkrijgt

Voorbeelden van "ego" in een zin

  • De grote salarisverhoging was heel goed voor haar ego.
  • De jonge honkballer had een veel te groot ego.
  • Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst. Zo alleen was ik dus eigenlijk niet.

Betekenis en uitleg van ego

Ego verwijst naar het zelfbeeld of het zelfbewustzijn van een persoon. Het is de manier waarop iemand zichzelf ziet en hoe deze zelfperceptie invloed heeft op hun gedrag en interacties met anderen.

Het woord 'ego' wordt vaak gebruikt in psychologische en filosofische contexten om de innerlijke wereld van een individu te beschrijven. Een sterk ego kan leiden tot zelfvertrouwen, maar kan ook overmoed of arrogantie met zich meebrengen. In sociale situaties kan het ego de manier waarop mensen zich presenteren en omgaan met anderen aanzienlijk beïnvloeden.

Voorbeelden

  • Na zijn laatste overwinning was zijn ego zo groot dat hij zichzelf als onoverwinnelijk beschouwde.
  • Haar ego kreeg een flinke klap toen ze ontdekte dat haar idee niet zo origineel was als ze dacht.
  • In gesprekken over zelfontwikkeling komt het ego vaak ter sprake, omdat het een belangrijke rol speelt in hoe we onszelf en onze prestaties waarnemen.

Woordoorsprong

Het woord 'ego' is afkomstig uit het Latijn, waar het simpelweg 'ik' betekent. Het is in de psychologie populair geworden door de werken van Sigmund Freud, die het ego als een van de componenten van de menselijke psyche beschreef.

Veelgestelde vragen over ego

Wat is de betekenis van ego?

ego betekent: (psychologie) gevoel van eigenwaarde

Hoeveel betekenissen heeft ego?

ego heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft ego?

ego is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je ego in een zin?

Voorbeeld: “De grote salarisverhoging was heel goed voor haar ego.

Etymologie

*[2] uit het werk van de Zwitserse 20e eeuwse psycholoog

Vertalingen

Spaansego, yo