ellepijp

vrouwelijk (de)/ˈɛləpɛɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een van de twee beenderen in de onderarm

Etymologie

* In de betekenis van ‘dikste bot in benedenarm’ voor het eerst aangetroffen in 1867

Vertalingen

Engelsulna, elbow bone
Fransulna
DuitsElle
Spaanscúbito
Italiaansulna
Portugeesulna
Russischлоктевая кость