einde

onzijdig (het)/ˈɛində/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt
    Aan het einde van de straat wacht er iemand op me.
    Het afwaswater werd tijdens het eten op het vuur verwarmd waarmee ik na de maaltijd de aangekoekte pannen schoon schrobde. Er leek geen einde aan te komen, maar het was altijd gezellig om de avonturen van de dag te bespreken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘laatste gedeelte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • De einden (/eindjes) [niet] aan elkaar/elkander weten te knopen[niet] kunnen rondkomen met zijn geld [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0550.phpv546 www.dbnl.org]
  • Een einde nemenAfgelopen zijn, het einde bereiken
  • Het einde is zoekHet valt niet meer te voorzien hoe iets zich verder ontwikkelt/afloopt
  • Het einde zal de last dragenhet begin van iets kan gemakkelijk schijnen, doch aan het einde komen de moeilijkheden [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0549.phpv545 www.dbnl.org]
  • Het hebben van de zaak, is het einde van 't vermaakZodra je iets hebt, is het niet meer interessant.
  • Het is einde oefening/verhaalHet is afgelopen, m.n. van iets wat is mislukt of niet zoals de bedoeling was is verlopen (zie ook oefening, verhaal)
  • Iets of iemand het einde vindenIets of iemand heel goed vinden
  • Op zijn einde lopenAfgelopen zijn, een einde nemen, het einde bereiken

Vertalingen

Engelsend
Fransfin
DuitsEnde
Spaansfin, final
Italiaansfine
Portugeesfim
Japans終わり, おわり, owari
Poolskoniec