begin
onzijdig (het)/bəˈɣɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het eerste deel, het op gang komenIn het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.In het begin was ze verlegen maar toen ze zich eenmaal thuis voelde werd ze brutaal.Helemaal alleen zijn was in het begin erg wennen.
- (waterbeheer) de oudste plekken in een oudlandpolder van waaruit het inpolderingsproces begonnen isAls de polder niet herverkaveld is zijn de beginnen vaak nog in het landschap te herkennen.
Uitdrukkingen
- Alle begin is moeilijk — Stoett-185 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Een goed begin is het halve werk — beter een goede start te maken dan later puin te moeten ruimen ofwel: met een goede voorbereiding kan het werk goed en snel gedaan worden
Vertalingen
Engelsstart, beginning, commencement
Franscommencement
Spaanscomienzo, inicio, origen
Poolspoczątek
Zweedsbörjan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek