begin

onzijdig (het)/bəˈɣɪn/

Wat is de betekenis van begin?

begin betekent: het eerste deel, het op gang komen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het eerste deel, het op gang komen
  2. waterbeheer (waterbeheer) de oudste plekken in een oudlandpolder van waaruit het inpolderingsproces begonnen is

Voorbeelden van "begin" in een zin

  • In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.
  • In het begin was ze verlegen maar toen ze zich eenmaal thuis voelde werd ze brutaal.
  • Helemaal alleen zijn was in het begin erg wennen.
  • Als de polder niet herverkaveld is zijn de beginnen vaak nog in het landschap te herkennen.

Uitdrukkingen

  • Alle begin is moeilijkStoett-185 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • Een goed begin is het halve werkbeter een goede start te maken dan later puin te moeten ruimen ofwel: met een goede voorbereiding kan het werk goed en snel gedaan worden

Vertalingen

Engelsstart, beginning, commencement
Franscommencement
Spaanscomienzo, inicio, origen
Poolspoczątek
Zweedsbörjan