start
mannelijk (de)/stɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) begin van een wedstrijdDe start van de competitie.
- (bij uitbreiding) aanvang, begin, eerste fase van iets in het algemeenNa een aarzelende start van Lobbes spoorde ik Lot aan om te zeggen hoe zij zich voelde.Maar ik wil graag een nieuwe start maken.De familie zette ons die middag af bij de start van onze route en nam hartelijk afscheid van ons.
Etymologie
*van "start", doublet met storten.
Vertalingen
Engelsstart, starting
Fransdépart
DuitsStart
Poolsstart, początek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek