energiecrisis
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) kritieke toestand door een te beperkte beschikbaarheid van energiebronnen
- kritieke toestand door te hoge prijsen van energiebronnenDoor de energiecrisis en de inflatie staat vooral de koopkracht van mensen met een laag of middeninkomen onder druk. Voor de laagste inkomens presenteerde het kabinet dit voorjaar al een pakket van 6 miljard euro. Minima krijgen een energietoeslag van 800 euro, het minimumloon en de AOW worden verhoogd en de energiebelasting wordt verlaagd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek