energie
vrouwelijk (de)/enɛr'ʒi/
Wat is de betekenis van energie?
energie betekent: het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
- het (geestelijk) vermogen waarmee (denk)werk kan worden verricht
- (wetenschap), (natuurkunde), (elektronica) een natuurkundig begrip van arbeidsvermogen
Voorbeelden van "energie" in een zin
- Ik heb geen energie vandaag.
- Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen.
- Niemand wist wat dat blauwe licht was geweest, misschien statische energie van de storm of een bolbliksem?
- Om langer dan een kwartier te studeren heeft hij geen energie genoeg.
- Een hoeveelheid "energie" (symbool: W) wordt uitgedrukt in joule (symbool: J) of bijv. kilowattuur (kWh)
Etymologie
*Afkomstig van het Oudgriekse ἐνέργεια (werk, daad).
Vertalingen
Engelsenergy, energy
Fransénergie
DuitsEnergie
Spaansenergía, ánimo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek