energie

vrouwelijk (de)/enɛr'ʒi/

Wat is de betekenis van energie?

energie betekent: het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
  2. het (geestelijk) vermogen waarmee (denk)werk kan worden verricht
  3. wetenschap, natuurkunde, elektronica (wetenschap), (natuurkunde), (elektronica) een natuurkundig begrip van arbeidsvermogen

Voorbeelden van "energie" in een zin

  • Ik heb geen energie vandaag.
  • Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen.
  • Niemand wist wat dat blauwe licht was geweest, misschien statische energie van de storm of een bolbliksem?
  • Om langer dan een kwartier te studeren heeft hij geen energie genoeg.
  • Een hoeveelheid "energie" (symbool: W) wordt uitgedrukt in joule (symbool: J) of bijv. kilowattuur (kWh)

Etymologie

*Afkomstig van het Oudgriekse ἐνέργεια (werk, daad).

Vertalingen

Engelsenergy, energy
Fransénergie
DuitsEnergie
Spaansenergía, ánimo