geestkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mentale en psychologische instelling die nodig is om iets te doen
    In oktober 2001 begon pastoor B. Wolters vol geestkracht aan zijn taak als pastoor van de parochies Heeten en Nieuw Heeten/Holten. Geen moment had hij toen verwacht dat hij ruim zeven jaar later al met emeritaat zou gaan. Tubantia 26-01-08, [https://www.tubantia.nl/overig/wolters-blijft-priester-z-n-hele-leven~ab2e927a/ Wolters blijft priester, z'n hele leven]
    "Iedereen is trots op u", zei de president, volgens de woordvoerder. De overwinning van Landis getuigde van "grote moed", vertelde de president verder aan Landis. "U hebt een formidabele geestkracht getoond". George W. Bush nodigde de familie Landis ook uit naar het Witte Huis. De Standaard 24/07/2006 [http://www.standaard.be/cnt/dmf24072006_009 George W. Bush feliciteert Floyd Landis]

Vertalingen

Engelswill-power