enerverend

/ˌenɛrˈverənt/

Betekenis

werkwoord
  1. spannend, opwindend, op de zenuwen werkend
    Dit was de enerverendste periode uit zijn leven.
    In het licht van mijn hoofdlamp zag ik een hele nieuwe dierenwereld: talloze kleine schorpioenen, duizendpoten en nachtvlinders renden en vlogen voor me uit en motachtige insecten cirkelden om mijn hoofd. Behoorlijk enerverend, zo in het donker over het smalle paadje langs de steile bergwand.
  2. afmattend, vermoeiend, zenuwslopend
    Het was weer een enerverend weekend toen alle kinderen thuis waren.

Etymologie

*enerveren met uitgang -d