envelop

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɛɱvəˈlɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. papieren omslag voor brieven
    Stuur deze bon in een ongefrankeerde envelop naar het volgende adres.
    Moet de postzegel altijd rechtsboven, of komt een envelop ook aan als de zegel er willekeurig opgeplakt zit?
    Vóór het vergeten woord was er nog een ander woord. Het arriveerde in het scriptorium in een gebruikte envelop, het oude adres doorgestreept en daarvoor in de plaats geschreven: Dr. Murray, Sunnyside, Oxford.
  2. financieel (financieel) totaalbedrag voor een bepaald doel beschikbaar gesteld aan een ontvanger die daarbinnen zelf de precieze besteding kan bepalen
    Wij zijn nagegaan hoe in Nederland door de verantwoordelijke autoriteiten invulling is gegeven aan de vertaling van de nationale envelop in nationale programma’s.

Etymologie

*van "enveloppe", in de betekenis van ‘briefomslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1817